Bewegingsonderwijs
buiten- en binnenactiviteiten voor groep 1 en groep 2
Buitenactiviteiten zijn: op het speelplein bij groep 1 en groep 2 met groot speelmateriaal, zoals karren, sjouwplanken, klimtoestellen, e.d. Ook wordt er in de zomermaanden buiten in de zandbak gespeeld.
Binnenactiviteiten zijn: kring- en zangspelletjes in het speellokaal en verder het "werken" met kleutergymmateriaal. Vanaf de herfstvakantie tot ongeveer eind april wordt er door de kleuters op woensdagmorgen gegymd met groot kleutergymmateriaal.
De kinderen gymmen in hun ondergoed en op gymschoenen.
Gymles groep 3 t/m 8 binnenDe kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen 1,5 uur gym per week, waarvan 45 minuten door de vakleerkracht (meester Wesley) en 45 minuten door de groepsleerkracht.De gymlessen worden in sporthal “Vreeloo” aan de Veilingweg gegeven.
Visie op het bewegenDe visie op het bewegen is, dat het bewegen voor iedereen mogelijk moet zijn, waarbij ieder kind zich zoveel mogelijk op eigen niveau kan ontwikkelen. Door in de lessen veel verschillende vaardigheden/activiteiten aan te bieden, zijn de kinderen bewegingsbekwaam om deze algemene vaardigheden toe te passen op een specifieke sport.
Algemene doelstelling van het bewegingsonderwijsDe algemene doelstelling van het vak bewegingsonderwijs is kinderen zichzelf zo optimaal mogelijk laten ontplooien en kinderen plezier in het bewegen laten ervaren.Wanneer de kinderen plezier in het bewegen hebben en vooral op jonge leeftijd, zullen zij ook later met plezier bewegen. Om kinderen plezier in bewegen te laten ervaren moet ieder kind succesbeleving hebben. Dit kan bereikt worden door de kinderen zoveel mogelijk op eigen niveau te laten werken, zodat ieder kind zich dus zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Ook zullen de kinderen tijdens de gymles sociale vaardigheden ontwikkelen door middel van sport, zoals doorzettingsvermogen, concentratie, zelfvertrouwen enz. Deze vaardigheden zijn ook in het dagelijks leven erg belangrijk. Tevens kan dit weer teruggekoppeld worden naar het plezier in bewegen. Wanneer leerlingen sociaal vaardig zijn, zal de omgang tijdens het sporten ook beter zijn en zullen ze er meer plezier aan beleven.Het uiteindelijke doel is om kinderen hun leven lang met plezier te laten bewegen.De uitvoeringswijze van de bewegingsactiviteitenTijdens de gymlessen van de vakleerkracht zullen zowel klassikale lessen als lessen in vakken worden gegeven. In de klassikale lessen zal het accent op een nieuw spel of vaardigheid liggen, zodat de regels klassikaal uitgelegd worden en iedereen met dezelfde activiteit aan de slag gaat. Het accent tijdens het werken in vakken zal ten eerste zijn dat de kinderen binnen 1 gymles deelnemen aan meerdere bewegingsactiviteiten. Ten tweede zullen er door de diverse bewegingssituaties (bv. 1 vak: tikspel, 1 vak: trampoline springen, 1 vak: balspel), zoveel mogelijk leerlingen op eigen niveau kunnen bewegen.
Kleding en regels tijdens de gymles binnen
De kinderen dragen tijdens de gymles een sportbroekje en shirt of een turnpakje.
De kinderen moeten het liefst gymschoenen dragen (geen zwarte zolen i.v.m. vegen op de vloer), zodat er intensief gegymd kan worden. Op blote voeten kan ook, alleen is dit niet zo hygiënisch. Sieraden, zoals ketting, ring, oorbellen, horloge moeten tijdens de gymles af. Het kan alleen maar stuk gaan tijdens het gymmen.
Lange haren dienen met een haarelastiekje vastgebonden te worden.
Na de gymles gaan alle kinderen douchen, een handdoek is daarbij noodzakelijk.
Gymles groep 3 t/m 8 buitenVóór de herfstvakantie en na de meivakantie hebben we de mogelijkheid om op het kunstgrasveld van korfbalvereniging Valto te gymmen. Hiervan zal dan ook gebruik gemaakt worden.
We gaan naar buiten als de weersvoorspelling aangeeft dat:
- de zon gaat schijnen (met lichte bewolking).
- het minimaal 15 graden wordt.
- de kans op regen erg klein wordt.
We gaan niet naar buiten als de weersvoorspelling aangeeft dat:
- het gaat regenen.
- het maximaal 14 graden wordt.
- de kans op regen erg groot wordt.
Is dit het geval, dan gymmen we gewoon binnen.
De kinderen die tijdens de binnengymles sportschoenen dragen, kunnen deze ook buiten aan (graag even uitkloppen als we weer naar binnen gaan).
De kinderen die tijdens de binnengymles turnschoenen of geen schoenen dragen, kunnen hun normale buiten(sport)schoenen aan doen. Het liefst geen laarzen, hakschoenen of ander moeilijk beweegbare schoenen, maar gewoon schoenen die lekker zitten en waarmee er gerend kan worden.
Voor de voetballers onder ons: het is plat kunstgras dus niet zoals bij v.v. Lyra.
Daarom liever géén voetbalschoenen dragen.
Kleding buiten
De kleding kan ook gewoon hetzelfde zijn als in de binnengymles. Heeft uw kind een turnpakje aan, dan zal een korte broek wat fijner zijn. Een trainingsbroek is ook prima. De kinderen mogen een trainingsjasje, een vest, een (sport)trui of een shirt met lange mouwen aan doen, voor het geval dat het nog fris is. Met name in de ochtend is dit handig, bijv. voor de groep die start om 8:30u.
Vakken groep 1 en 2
Lichamelijke ontwikkeling
De kinderen worden gestimuleerd in hun ontwikkeling van de grove en de fijne motoriek d.m.v.
buitenspel, gym en spelletjes. In de werklessen komt vooral de fijne motoriek aan bod.
Taalontwikkeling
Door middel van kringgesprekken, verhalen, prentenboeken, taalspelletjes en poppenkast wordt de taalontwikkeling van het kind bevorderd. Bij de oudere kleuters is ook een lees-luister- en stempelhoek ingericht om op een speelse manier kennis te kunnen maken met letters.
Arbeid met Ontwikkelingsmateriaal
Gedurende het schooljaar werken we aan de hand van thema’s. Tekenen, boetseren, verven, knippen, scheuren, plakken, puzzelen, lotto’s, mozaïek, bouwen, construeren enz. horen daarbij. Het spelen in de hoeken neemt een belangrijke plaats in. Dit alles is goed voor de sociale, emotionele- en motorische ontwikkeling. De oudere en middengroep kleuters werken tijdens deze lessen ook met werkkaarten. Op deze werkkaarten staan drie verschillende ontwikkelingsspelletjes die de kinderen drie keer zelfstandig kunnen doen. Als de werkkaart vol is krijgen ze een beloning en weer een andere werkkaart.
Muzikale ontwikkeling.
Het aanleren van liedjes met of zonder begeleiding van instrumenten en natuurlijk veel beweging. Op en eenvoudige manier wordt er gewerkt aan maat en ritme klappen.
Algemeen
Er wordt veel gewerkt aan de sociale ontwikkeling zoals samen delen, samen spelen, rekening houden met anderen en regels kennen. We stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Daar hoort bij: handen wassen, aan- en uitkleden, materiaal opruimen en veters strikken.
De emotionele ontwikkeling van de kinderen wordt ondersteund en verder ontwikkeld.
Aan de oudste kleuters worden hogere eisen gesteld. De werkjes worden moeilijker en de kinderen moeten netter gaan werken. Ter voorbereiding op groep 3 wordt er veel gedaan aan voorbereidend lezen, -schrijven en -rekenen. Dit wordt gedaan in de vorm van spelletjes, werkbladen en werkkaarten.
Vakken groep 3 tot en met 8
Godsdienstige vorming
Als leidraad voor het Bijbelonderwijs gebruikt de school: ‘Kind op maandag” een uitgave van de ‘Nederlandse Zondagsschool Vereniging’. Per week zijn er drie verhalen en op vrijdag volgt dan een verwerking. Het thema van de week is eensluidend voor de groepen 1 t/m 8. Er wordt dagelijks geopend en geëindigd met gebed. Er worden liedjes gezongen uit diverse liedbundels. Tijdens deze momenten worden ook de kerk-schooldiensten voorbereid. Drie keer per jaar vindt een dergelijke dienst plaats een Lierse PKN-kerk.
Uiteraard wordt extra aandacht geschonken aan de hoogtijdagen. Kerst, Pasen en Pinksteren worden op bijzondere wijze gevierd.
Expressievakken
Voor de vijf expressievakken: dans, drama, muziek, handvaardigheid en tekenen maken wij gebruik van het complete pakket van “Moet je doen”. Deze lessen worden gegeven in het groeps- of speellokaal. Vaak m.b.v. bijbehorende muziek, maar de leerkracht maakt ook gebruik van eigen ideeën.
Rekenen: “Pluspunt”
Pluspunt is een realistische reken- en wiskunde methode. Er is gekozen voor een evenwichtige afwisseling van leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken. De leerling krijgt de ruimte om onder begeleiding van de leerkracht ‘eigenaar’ te zijn van onder andere het eigen onderwijsleerproces.
Taal: “Taal Actief”
We werken met de laatste versie van de methode ‘Taal actief’.
Hierbij komen de volgende leerlijnen aan bod: taal, spelling en woordenschat.
Met taal komen taalbeschouwing, stellen, luisteren, spreken en gesprek aan de orde.
Met spelling leren de kinderen woorden op de juiste manier schrijven en het toepassen van de spellingregels.
Met woordenschat leren de kinderen de betekenis van woorden. Het doel hierbij is om de woordenschat uit te bereiden.
Deze drie leerlijnen zijn door een thema aan elkaar gekoppeld. Hierdoor komen woorden van spelling en/of woordenschat bij de taallessen weer terug.
Schrijven: “Pennenstreken”
De kinderen leren het verbonden schrift, waarbij een steeds kleinere liniatuur gebruikt wordt. Er wordt gelet op het goed hanteren van de pengreep, schrijfhouding, en papierligging.
Een aantal andere dingen die belangrijk zijn: Het bevorderen van arm-, hand-, en vingermotoriek, het bevorderen van de oog-hand coördinatie en het aanleren van schrijfpatronen, letters, cijfers en leestekens.
Lezen: “Veilig leren lezen”
In groep 3 starten de leerlingen met de methode ‘Veilig leren lezen’
Het kind leert alle letters herkennen aan de hand van voorbeeldwoorden. Met behulp van zogenaamde klikklak -boekjes leren ze nieuwe combinaties maken van de reeds geleerde letters. Door het lezen van een serie leesboekjes wordt het reeds geleerde verwerkt.
Ook wordt er een begin gemaakt met het aanleren van de spellingregels.
In de tweede helft van het schooljaar wordt er ook veel aandacht besteed aan het begrijpen van de gelezen tekst. Heel belangrijk is dat kinderen leren genieten van een goede leestekst.
Technisch, begrijpend en studerend lezen: “Goed gelezen”
We onderscheiden twee leerlijnen; Technisch lezen en Begrijpend lezen.
Doel bij het technisch lezen is het goed en vlot leren lezen van woorden en teksten in opklimmende moeilijkheidsgraad. Doel bij het begrijpend lezen is het leren begrijpen van teksten. Hierbij leren de kinderen de hoofdgedachte van een verhaal herkennen en formuleren, de details herkennen en herinneren. Ook moeten de kinderen kunnen beoordelen of de tekst werkelijkheid of fantasie is.
Biologie: “Natuurlijk”
Deze methode is opgebouwd uit acht thema’s die in alle jaargroepen terugkomen. Deze thema’s worden elk leerjaar verder uitgewerkt. Levende en niet-levende natuur worden aangeboden. In elk thema is er ruimte voor een practicum les. Techniek wordt vaak in deze lessen geïntegreerd.
Aardrijkskunde: “Wijzer door de Wereld”
We werken met de volgende opbouw; allereerst wordt de directe omgeving van het kind behandeld, vervolgens Nederland, Europa en de Wereld. Elke leergang bestaat uit verschillende thema’s waarbij ook de topografische kennis aan bod komt.
Geschiedenis: “Brandaan”
Brandaan is een vernieuwende geschiedenismethode voor groep 3 t/m 8. Brandaan maakt kinderen nieuwsgierig en betrokken. De consequente, kindgerichte aanpak in tekst, beeld, structuur en vorm is uniek.
Kenmerken:
Brandaan maakt nieuwsgierig: betekenisvolle, spannende verhalen en levensechte foto’s en illustraties
Brandaan geeft inzicht: door de overzichtelijke structuur en korte teksten.
Brandaan geeft tijd: door het lesprogramma van 25 weken.
Brandaan besteedt veel aandacht aan tijdsbesef: Ieder thema bevat tijdsbesefvragen en een chronologisch beeldverhaal.
Burgerschapskunde
Sinds 2007 is burgerschapsvorming als nieuw leerstofgebied toegevoegd aan het lesrooster. Burgerschapsvorming valt uiteen in drie onderdelen: democratie, participatie en identiteit.
De samenleving is gebaat bij burgers die zich betrokken voelen bij de samenleving, zich in kunnen leven in de positie van een ander en gedrag vertonen dat past in een democratie. Daarvoor dienen burgers over de juiste sociaalcommunicatieve vaardigheden te beschikken en keuzes te kunnen maken.
De komende jaren gaan wij op zoek naar hoe we dit leerstofgebied ‘Actief burgerschap en sociale integratie’ nog concreter zullen gaan vormgeven. Er gebeurt namelijk al veel. Met name in vakken als wereldoriëntatie, levensbeschouwing en sociaal emotionele vorming komen de aspecten van burgerschap veelvuldig voor. Daarnaast wordt in kringgesprekken aandacht aan burgerschap gegeven.
De methode Brandaan geeft verschillende handreikingen tot het geven van het vak Burgerschapskunde.
Techniek en Wetenschap
Aan dit “nieuwe”vak besteden wij, naast de methode natuur en techniek, aandacht door het regelmatig organiseren van activiteiten waarbij de leerlingen praktisch bezig zijn met gereedschap en materiaal, daarnaast zijn er activiteiten waarbij de leerlingen leren zelf te onderzoeken en te ontwerpen. De belangstelling voor Techniek en Wetenschap willen wij
opwekken dan wel vergroten door met groepen musea en bedrijven te bezoeken.
Engels: “Hello World”
Doel van het onderwijs in de Engelse taal is de kinderen verder voor te bereiden op hun overgang naar het Voortgezet Onderwijs. Veel van de Engelse taal is al, ongestructureerd, bij de kinderen aanwezig. Deze methode probeert structuur te bieden aan de leerlingen en wordt in leuke thema’s aan geboden.
Verkeer: “Klaar over/Op voeten en fietsen”
Het verkeersonderwijs is vooral gericht op het gedrag van het jonge kind als verkeersdeelnemer. Er wordt veel aandacht besteed aan de veilige weg naar school (lopend en fietsend) en het oversteken. Ook leren de kinderen over verkeerslichten, borden en kruispunten en wordt er aandacht besteed aan de verschillende weerstypen. Uiteindelijk zullen de kinderen al het geleerde in groep 7 met een heus theorie-en fietsexamen afleggen.
4.d) Huiswerk
Vanaf groep 5 zullen de kinderen steeds meer te maken krijgen met zaken die thuis gemaakt, gelezen, geleerd of voorbereid moeten worden.
Voorbeelden hiervan zijn: opdrachtenstencil, boekverslag, toets, werkstuk, spreekbeurt, presentatie enz..
We willen de kinderen leren hoe ze om moeten gaan met huiswerk; dus hoe ze iets moeten maken, plannen en leren.
Wilt u uw kind hierbij begeleiden, zodat ook thuis een goede werkhouding aangeleerd wordt? Hier heeft uw kind in de toekomst veel voordeel van!
Als u vragen over het opgegeven huiswerk heeft, kunt u altijd bij de leerkracht van uw kind terecht.
|